Selecteer een pagina

*gedicht

Kom! – Eerste Advent 2022

Kom! – Eerste Advent 2022

Tot Jou, Ja, Jij, hoog in de hemel, zo ver weg, onbereikbaar, tot Jou hef ik mijn ziel, wankel op mijn tenen om zo hoog mogelijk te reiken. Vanuit mijn plek op de aarde, voeg ik mij bij al die andere bidders met lege handen en schreeuw: Kom! Tekst geïnspireerd op de...

Lees meer
Dwarrelen

Dwarrelen

Ik dwarrel en daal, - keer om, keer om - als een ingedroogd okerkleurig blad. Alleen de wind vraagt zich nog af hoe mij te bewegen niet toe te geven aan de zwaartekracht. Mij rest slechts overgave aan deze trage afdaling waar de zwarte grond op mij...

Lees meer
Drager

Drager

Ik weet niet goed hoe ik het zeggen moet, of met welke naam, ik Jou noemen zal. Als op een onrustige zee dobbert mijn ziel. Keer op keer word ik ondergedompeld in het chaotische water van mijn troebele gedachten. Ik weet niet goed hoe ik het zeggen moet, of met welke...

Lees meer
Ben Jij er nog?

Ben Jij er nog?

Zou het daarom gaan? Het verschil te weten tussen goed en kwaad. Dat dit te doorgronden, je geloven doet, dat God bestaat? Of is het niet dit besef, maar veel meer het doen, de sporen die je achterlaat, die het vertrouwen geeft; ‘Zie je wel: er is een God!’ Of mag het...

Lees meer
Verschrompelde tijd

Verschrompelde tijd

Tijd als gedroogde appels taai, kauw ik de minuten weg met ingeperkte gebaren door mijn in stijfheid gevangen lijf. Niet langer strek ik me uit in verlangen en verzin listen om de tijd te rekken naar het lonkende als dan, geen wijkende horizonten, (het huis met zijn...

Lees meer
De dag komt

De dag komt

De dag komt, dat jullie, machthebbers, je huizen uit gesleurd worden, om de leugens die mensen breken. Mensen die jullie geen plek van rust en veiligheid gunnen, door jullie giftige verdachtmakingen. God, mij is al zoveel goedheid en overvloed geschonken, beschamende...

Lees meer

‘…als ik de ruimte van de poëzie binnenstap, voel ik de grootste vrijheid om uit te drukken wat aan de rand van mijn zwijgen in taal te vinden is. Vaak ademen de gedichten verlangen naar de Eeuwige, die ik Jou noem. Ik nader en het ontglipt.’

Janneke