Aan het eind van dit jaar
ben Jij het wie ik uitnodig
en rond laat kijken
in mijn zielenhuis.
Waar Jij gaat dwarrelt stof
van opgedroogde tranen.
Je ziet verwaarloosde letters
achteloos in een hoek geschoven,
alsof het woord liefde niet
meer nodig is,
vreugde afgebladderd als
vaal geworden verf,
de omgevallen stoel, waarop
hoop een vaste zetel had.
Jij laat je niet imponeren
door mijn vervallen staat.
Je blaast het stof weg,
veegt de vloer aan met mijn
onverzoende herinneringen.
Zet de stoel recht op
en nodigt hoop uit
rustig te gaan zitten.
Houd het wachten vol,
klinkt het,
houd het vol, jouw wachten.
Schuur de deuren, geef ze kleur,
klop de kleden uit, wijd jouw stilte,
maak het klaar voor een nieuw jaar.
(Op de drempel van 2024, antwoord bij Psalm 65 in de vertaling van Ida Gerthardt en Marie van der Zeyde.)

0 reacties