Dichtbij is al ver genoeg

24 maart 2022 | 0 reacties

 

Na mijn pelgrimage in oktober 2021 ontwikkelde ik pijn. Na veel onderzoeken blijkt het spierreuma te zijn. Om de klachten op te vangen en te genezen slik ik prednison. Ik dacht aan de olifant van Toon Tellegen, omdat ik me zo goed herken in het wezen van die olifant. Hoe zou de olifant het vinden, als hij niet meer kan klimmen.

Nadat de olifant voor de zoveelste keer uit de boom was gestort, – hij had eerst genoten van de verte en een pirouette gedraaid -, leek het er toch echt op, dat hij deze keer niet wist hoe hij moest opstaan.
Hij kreunde en wreef hier en daar, links en rechts, snoof met zijn slurf langs zijn rug en buik. Er was een nieuw soort pijn, iets dat niet te ontkennen viel. Hij stond moeizaam op en sjokte naar huis. Eerst maar wat slapen, dacht hij, misschien is het morgen beter.

De volgende dag werd hij moe wakker en merkte dat de pijn heviger was geworden. De zon ging op en gelukkig leek de pijn af te nemen, maar in de avond werd hij stram en stijf en klom de pijn behendig terug in zijn nek, op zijn rug en heupen.
De dagen gingen voorbij. Olifant bleef meer thuis en kwam alleen naar buiten als het moest. De verte kon hem gestolen worden. Het verlangen verdween. Dichtbij is al ver genoeg, dacht hij steeds vaker.

De dieren in het bos misten hem. Ze hadden het moeizaam geklim van zijn logge lijf in de bomen al een hele tijd niet meer gehoord. Ze misten zijn vreugdekreten, want als hij riep: de verte, de verte! dan was het altijd alsof ze zelf ook even iets van de verte zagen en deden stiekem in gedachten een rondedansje. Eekhoorn kreeg de opdracht van de dieren om maar eens te informeren bij de olifant waar hij bleef.

Wat is er toch met je? vroeg de eekhoorn aan de olifant. Wie ben je, nu?
De olifant vond het lief dat de eekhoorn hem vroeg hoe het ging. Wie was hij nu? Was hij eigenlijk nog wel de olifant, nu hij niet meer van vreugde trompetterde om de verte. Wie was hij, nu hij zo vaak dacht: dichtbij is al ver genoeg?

Eerlijk gezegd, eekhoorn, weet ik het niet zo goed, zei de olifant. Ik mis mijn kracht om te klimmen, ik mis het uitzicht van de verte, ik mis de pirouette en dat ik dan zo blij ben. Ja, zelfs mis ik het vallen en het neerkomen, de vertrouwde blauwe plekken. Maar het meeste mis ik nog het verlangen.

Het is wat, zei de eekhoorn.
Het is wat, zei de olifant.
De eekhoorn zuchtte.
De olifant zuchtte.
Daar zaten ze, zij aan zij, en staarden voor zich uit.
Er was even niets te zeggen.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *