Ongezegd

17 juni 2020 | 0 Reacties

Uit mijn buik borrelen woorden omhoog,
ze persen zich een weg naar buiten.
Langs hart en longen wurmen
ze zich door de luchtpijp.
Ergens onderweg blijven ze hangen
als luchtbellen in het water,
die onder de oppervlakte zweven en
vlak voor hun bevrijding zijn opgelost.

Steeds probeer ik het weer,
roep ik ze met mijn verstand naar boven:
Kom, laat je toch zien! Wees niet bang,
Laat van je horen, als zinnen die stokken,
woorden zonder begin, of eind
desnoods alleen het er tussen.

Waar zijn jullie?
roep ik nog een keer in de put
van mijn gedachten,
en laat een emmer naar beneden zakken.
Hier stap maar in, ik help je.

Het blijft onhandig stil.
Aarzelend
blijven ze waar ze zijn.

Misschien lukt het morgen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.