Soms denk ik wel eens dat de dood bij mij om de hoek woont. Gewoon heel dichtbij. Er zijn jaren geweest waarin ik bang was voor deze nabijheid. Soms voelde ik de aandrang, dat ik er heen wilde. Als puber en jongvolwassene was dat gevoel heel sterk, maar langzamerhand werd het minder.
Ik denk vaak aan de dood, bijvoorbeeld als ik onderweg ben in de auto en de één na de andere auto raast aan mij voorbij. Soms komen ze langs, de jonge doden, die allemaal ongeveer zo oud waren als ik. De één koos er voor, de ander verongelukte, nog een ander werd plotseling ernstig ziek. De oude doden laten me meer met rust.
Spelen tussen de graven
| De gerestaureerde begraafplaats |
Vandaag was ik terug in het dorp van mijn jeugd en in het huis waarin ik opgroeide, tegenover de verlaten begraafplaats met het grote, hoge hek. Een stevige beukenhaag zorgde ervoor dat niemand er meer naar binnen kon, tenzij je kind was. Kinderen vinden altijd een zwakke plek in wat volwassenen als verboden gebied beschouwen. De kinderen uit de buurt slopen door het hoge gras, dat maar af en toe gemaaid werd en wij klommen op de graven in de donkere koele schaduw van de hoge bomen. Wij fantaseerden hoe in het doodgravershuisje de botten lagen opgestapeld en geesten ons eens zouden betrappen. De begraafplaats waar niemand meer kwam om te rouwen, was mijn speelplek, de mooiste in de buurt.
De dood is dichtbij
De dood is altijd dichtbij geweest. Tegenover het huis van mijn jeugd is de begraafplaats een park geworden en het doodgravershuisje opgeknapt. Je kunt er nu rustig wandelen, maar kinderen zie je er niet. Er wordt niet meer gespeeld. De dood is verhuisd naar de rand van het dorp.
In dat dorp woon ik al heel lang niet meer. Toch is de dood altijd dichtbij gebleven. Inmiddels ongevaarlijk, om de hoek van de straat. Na zoveel jaren van spelen, vechten en worstelen, hoop ik dat het zo blijft. Ik wacht wel af, wanneer hij verkiest bij mij op bezoek te komen. Ik laat hem met een gerust hart links liggen.
0 Reacties