Ik hoop dat je weer snel beter wordt!
Vast en zeker heb ik wel eens, met de beste bedoelingen, een dergelijke wens uitgesproken tegen iemand die ziek was. Natuurlijk paste ik wel op tegen wie ik dat zei en lette op mijn woorden bij een ernstige zieke, maar toch. Het verlangen naar beterschap voor een zieke kleurt toch ongemerkt de intentie van mijn woorden.
Verlangen
De hoop op beter worden is een diep verlangen, ook voor mezelf. Afgelopen dagen realiseerde ik me, dat ik mij al zo’n acht maanden aan het verhouden ben tot de auto-immuunziekte spierreuma, in medische termen polymyalgia rheumatica. Het duurde een paar maanden voordat er een diagnose was, terwijl ondertussen pijn, stijfheid en vermoeidheid toenamen. Het werd niet beter.
Ik ging van huisarts, naar fysiotherapeut, naar huisarts, naar andere fysiotherapeut, naar reumatoloog, en van onderzoek naar onderzoek. Om de ziekte te keren slik ik prednison. De bijwerkingen zijn pittig, waarbij mijn bolle voorkomen tot de minste van mijn klachten gerekend kunnen worden.
Gevecht
Het meest pittige is het onzichtbare gevecht, dat zich in mij afspeelt. Het innerlijke gesprek over beter worden, dat niet lijkt te gebeuren. De strijd met wie ik altijd was, de actieve, energieke mens, vrouw, moeder, vriendin, dominee, zus, collega, én degene die ik nu moet worden. Iemand die haar verlangens één voor één in een vitrinekast opbergt als dierbare herinneringen, of toch als mogelijkheden voor andere tijden.
En dan die vraag of het ooit nog over zal gaan, of ik beter zal worden en wat dat dan is.
Vluchten
De afbouw van het medicijn gaat traag en lijkt voor een tweede keer niet te lukken. Beter worden, het lijkt een mooi vooruitzicht, maar het is te ver weg. Het is wegvluchten naar een toekomst, terwijl ik mijn aandacht moet geven aan wat er zich in het hier en nu afspeelt.
Naarmate de tijd verstrijkt, merk ik dat ik moet leren blijven waar ik ben, met dat wat er is. Geen pijnloze toekomst dromen, maar in het heden zijn, waar het leven klein is en zich voornamelijk in mijn eigen huis afspeelt. Ik ben aan het leren om niet beter te willen worden, maar elke dag het ritme van mijn lichaam te volgen. Meegolven op wat helderheid en energie in de ochtend, me rond het middaguur over geven aan een diepe, zware vermoeidheid, zodat ik na het rusten nog wat kan ronddobberen in de dag en avond, en zo de dagen door.
Hoe meer ik leer me over te geven aan dit ritme, hoe rustiger het in me wordt. De stemmen, die fluisteren over vooruit willen en beter worden houden zich stil. Steeds meer ben ik in het hier en nu. Langzamerhand wordt het anders.

0 reacties