Vorige jaar schreef ik deel 1 van het verjaren van mijn eerste ziektejaar. De titel van het blog zorgde voor enige verwarring, omdat mensen dachten dat ik mijn verjaardag vierde, maar dat was niet zo. Het verjaren sloeg op het feit dat ik vorig jaar precies een jaar was ziek gemeld. Hieronder kun je er over lezen. (Een rare ver-jaar-dag: deel 1)
Een jaar verder
Vandaag ben ik, helaas, een jaar verder en nog steeds niet beter gemeld. Twee jaar van ziekte heb ik achter de rug, dus is de procedure gestart om mijn arbeidsgeschiktheid te bepalen. Vanwege mijn twee functies, die als predikant van Bennebroek, en die van missionair specialist voor de Diensten Organisatie van de Protestantse Kerk in Nederland onderga ik alles twee keer. Voor de ene baan ontfermt het UWV zich over mij, voor de andere een grote verzekeraar. Dus twee keer een verzekeringsarts, twee keer een arbeidsdeskundige, twee oordelen en twee keer vertraging. Ja, inderdaad, beide processen zijn vertraagd. Daar kan niemand iets aan doen, evenals de geldende regels en procedures die gevolgd moeten worden. Ook daar kan niemand iets aan doen.
Kafka en Buber
Kort geleden las ik voor het eerst ‘Franz Kafka’s ‘Die Verwandlung’ (De gedaanteverwisseling), waarin de hoofdpersoon Gregor Samsa op een dag wakker wordt en verandert blijkt te zijn in een groot keverachtig ongedierte. Gaandeweg lukt het hem steeds minder te communiceren en wordt hij door zijn werk en het gezin uitgestoten, verwaarloosd en tenslotte sterft hij.
Hoewel er gelukkig wel voor mij wordt gezorgd en van mij wordt gehouden, heel veel zelfs, ervaar ik soms de weg die in door het woud van regelgeving moet gaan als ‘Kafkaïaans’. Of, om met Buber te spreken, in deze wereld van gesprekken, verslagen en wegingen is het belangrijk om mijzelf meer als ‘Es’ te beschouwen in plaats van als ‘Ich/Du’. Om mij staande te houden, moet ik voortdurend mijzelf voorhouden dat niets dat me overkomt in de procedures waaraan ik me moet onderwerpen persoonlijk bedoeld zijn. Ik ben een ‘het’ en daar moet ik mij achter verschuilen om niet geraakt te worden en tenslotte gekwetst. Niets wat wordt genoteerd ten aan zien van mijn arbeidsmogelijkheden gaat over mij. Wie ik ben heeft geen plek en verschuilt zich in de stiltes die vallen, een zucht en wat tranen.
Wordt vervolgd…
Een rare ver-jaar-dag: deel 1
Vandaag, 17 februari 2022, ben ik precies een jaar ziek gemeld. Een rare dag om bij stil te staan, bij deze – voor mijn werkgevers – officiële datum. Eigenlijk begon het ziek-zijn al een paar maand eerder, maar toen lukte het me nog door te gaan en ook na de ziekmelding heb ik nog wel wat werkerige dingen gedaan. Helaas merkte ik na de zomer, dat ook het doen van hele eenvoudige taken niet meer lukte en moest ik alle arbeid neerleggen.
Afgelopen week zijn er de verplichte gesprekken met arbeidsdeskundigen geweest. Ze moeten zakelijk kijken naar mijn mogelijkheden tot arbeidsproductiviteit. De grote vraag is: Kan deze mevrouw op enigerlei wijze uit arbeid inkomen verwerven?
Tijdens één van de rustmomenten deze week zie ik in een droombeeld mijzelf met allerlei mantels aan, als een stevig ingepakt en opgeblazen Michelin-vrouwtje. Onhandig doe ik één voor éen de mantels uit. Ze dragen opgewekte namen zoals: de geduldige lieve (stief)moeder, de hulp-tegenover echtgenoot, de harde werker, de trouwe dominee, de flinke vrouw, de attente vriendin, zus, schoonzus, tante, de luisterende collega, de enthousiaste vrijwilliger, de energieke Janneke. Een voor één wurm ik me uit de mantels, waarvan ik opeens merk hoe strak ze zitten en hoe zwaar ze zijn.
De mantels heb ik ooit zelf aangedaan, omdat ik dat wilde, omdat ik ze aangeleerd heb gekregen, omdat ik dacht dat het moest.
Nu de mantels uit zijn, zie ik een rillerige vrouw, naakt en koud. Dat ben ik nu.
De vraag komt bij me op: Nu ik al die mantels uit het heb moeten doen, die ik zelf heb gedragen, wat blijft er dan over. Is er een mantel die mij draagt?
Dan herinner ik me de mantel van waardigheid, en ik voel hoe ik die mantel om mij heen geslagen wordt. Ik wordt er door gedragen. Deze mantel zegt me: Jij bent het leven waard. Jij bent het waard de wind te voelen, de kleuren te zien, de warmte van de zon op je in te laten werken, de kou van sneeuwvlokken te ervaren, het ruisen van bomen te horen en liefde te ontvangen. Jij bent het leven waard.
Met deze mantel om – die niemand van me af kan nemen -, vier ik de rare verjaardag van mijn eerste officiële ziektejaar.

0 Reacties