De zin van Jouw aanwezigheid

17 juli 2022 | 4 reacties

Ruim twee jaar geleden vroegen ze mij of ik hen in een oecumenische kerkdienst wilde zegenen, omdat ze zouden gaan trouwen. Natuurlijk wilde ik dat met alle liefde doen! Maar toen kwam corona en toen dat voorbij was, kreeg ik spierreuma en dat voel ik nog steeds. Toch zijn de mannen en ik samen deze weg in gegaan. Op de hoge feestdag bleek dat corona naar de achtergrond was en ik een goede dag had.

Mij werd ook gevraagd of ik voor de viering een lied wilde schrijven. Uitgangspunt hiervoor werd de hoofdlezing in de dienst, Psalm 127: Als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers.
Graag deel ik dit lied, zodat het ook op andere momenten gezongen kan worden. Onder de tekst leg ik uit hoe de tekst tot stand is gekomen. Mocht je dit lied willen gebruiken dan kan dat onder vermelding van de tekstschrijver.

De zin van Jouw aanwezigheid
(tekst: Janneke Nijboer, melodie: onbekend)

 

 

 

1. Hoe nutteloos een huis van steen
als Jij ontbreekt en ik alleen
er woon, tussen mijn spullen in,
stil blijft het zwijgen, ding voor ding.

2. Hoe rusteloos mijn diepe slaap,
als Jij ontbreekt en ik ontwaak
hier zonder Jou, heel dicht bij mij,
leeg is de dag, zo zonder wij.

3. Hoe zinloos alles wat ik doe,
als Jij ontbreekt en ik maar zoek
naar tekens van wat leven geeft,
waar Jij door mij Jouw Naam heen weeft.

4. Maar Jij, mijn Liefde, vlamt in mij,
geeft kleur door jouw aanwezigheid,
hangt slingers in mijn leven op,
versiert mijn ziel, mijn levensloop.

5. Gezegend God, die liefde zijt
en mensen met elkaar berijmt.
Hun melodie stijgt op naar Jou,
gezet op tonen van hun trouw.

Bij de melodie
De maker van de melodie is onbekend. Waarschijnlijk is het voor-middeleeuws. Er is zelfs het vermoeden dat het teruggaat op de tijd van Ambrosius (c. 340-397), die de hymne Aeterne Rerum Conditor schreef op deze melodie.
Mijn keus voor deze melodie heeft een oecumenische reden. De melodie is geliefd en bekend zowel in de RK-traditie als in de Protestantse, en zoals gezegd ontstaan in een tijd voor de Reformatie. Daarnaast is de melodie niet echt moeilijk, door de weinige sprongen en het kleine bereik. Als de melodie in een vloeiende lijn – geen maat, maar metrum, horizontaal bewegend – gespeeld en gezongen wordt, krijgt de melodie iets hypnotiserends. De melodie is te vinden in het Nieuwe Liedboek als Lied 204.

Bij de tekst van Psalm 127
Uitgangspunt is Psalm 127, een pelgrimspsalm. Inhoudelijk valt de Psalm in twee delen uiteen. Deel I, vers 1en 2, beschrijft de vergeefsheid van een leven zonder God. In deel II, vers 3, 4, 5 slaat de toon om en wordt duidelijk hoe de volheid van een leven met God het leven zin geeft.
De vergeefsheid, of anders gezegd de zinloosheid heeft betrekking op het huis waarin gewoond wordt, de nacht waarin gerust wordt, het werk dat gedaan wordt.
De volheid, is een gevulde pijlkoker, de vruchtbaarheid, in letterlijke zin, die een mens zonen schenkt.

Bij de nieuwe liedtekst
Voor God, gebruik ik het woord Jij of Jou, om hiermee iets van de intieme omgang te verwoorden die je hebt met jouw Beminde. Er is een intieme omgang met wie God genoemd wordt. Hij is in jouw huis, in de nacht, in jouw leven.
Waar Jij of Jou gelezen wordt, kan de kapitaal J niet gehoord worden. Daarmee wordt het lied door te zingen, ook een lied over de aardse geliefde, de beminde levenspartner.

De eerste 4 coupletten worden door een ik-persoon gezongen, het laatste door een beschouwer. Daarmee wordt een conclusie gegeven aan de overpeinzingen van de ik-figuur die tegelijkertijd verder reikt dan wat de ik-figuur kon denken. Niet alleen God is in zijn leven gekomen, ook een geliefde.

Psalm 127 in combinatie met de indrukken uit de gesprekken met het bruidspaar, leverde bovenstaande tekst op. Ik volg de Psalm in het drie keer benadrukken van de vergeefsheid zonder een leven met God.
Couplet 1: het motief van het huis. In tegenstelling tot de Psalmtekst wordt die hier niet, maar is er al, als een doos met spullen. De dingen blijven dingen, de stilte wordt niet doorbroken.
Couplet 2: het motief van de nacht. Zelfs aan diepe slaap wordt geen rust gegeven
Couplet 3: het motief van het werk. In dit couplet is niet alleen het werk zinloos, maar alle handelingen.

Net als in de Psalm kantelt de liedtekst halverwege, naar het bezingen van de volheid van het leven als God daarin volledig een plek heeft.
Couplet 4 bezingt de liefdes aanwezigheid van God, als vuur dat opvlamt. Het licht van het vuur, geeft het leven kleur. Het is een waar feest om Gods aanwezigheid te ervaren. Wij hoeven niet meer zelf de slingers op te hangen in het leven, maar dat wordt voor ons gedaan. God zelf versiert onze ziel en daarmee onze levensloop.
Couplet 5 sluit het lied af met de mogelijkheid dat God, die liefde is, zich niet alleen met één mens, los van elkaar bemoeit, maar mensen op elkaar laat rijmen. Samen worden mensen tot een nieuw lied, dat klinkt op de tonen van hun trouw.

In de liturgie
Het lied heeft het karakter gekregen van een geloofslied, door de vrije interpretatie van Psalm 127 en de verwevenheid met de levensverhalen van het bruidspaar. In de huwelijksviering heeft het een plek gekregen na de preek.

(foto: Joyce de Bruin)

4 Reacties

  1. Corine

    Wat een prachtig lied geschreven voor 2 bijzondere mensen die samen met God hun weg gaan.

    Antwoord
    • Janneke Nijboer

      Dank je wel, Corine voor jouw compliment!

      Antwoord
    • Erna Treurniet

      Prachtig!
      Van taal en eenvoud. En van nu.
      Zal twee mij bekende kerkmusici hierop attent maken.
      Groet. Erna

      Antwoord
      • Janneke Nijboer

        Dank je wel, Erna, voor jouw compliment. Wie weet kan het lied nog eens een eigen melodie krijgen.

        Antwoord

Laat een reactie achter voor Anoniem Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.